OvD – Huize Zeldenrust -100AnCV20001


<Vorige

<Begin van boek: Ouden van Dagen

Ouden van Dagen

Deel 2 – Geen zuster

Gerrit zit voor het raam naar buiten te staren, maar ziet niets. Zijn gezicht is vertrokken in een pijnlijke frons, zijn ogen waterig.

Frank is alweer even weg. Hij heeft de kleren van zijn vader opgeruimd in de kasten en de lades en hier en daar een foto neergezet.

Een foto van Rita en hem in gelukkige tijden. Foto’s van zijn kinderen en kleinkinderen. Een foto van Bram, zijn kleinzoon, zijn beste vriend. Brammetje. God, wat miste hij Brammetje.

‘Lukt het allemaal hier?’

Gerrit schrok op uit zijn gedachten en zag een grove, uitzonderlijk grote, maar goedgeklede dame van middelbare leeftijd. Ze heeft een vriendelijk gezicht.

‘Ja hoor, zuster.’

‘Nee, ik ben geen zuster’ zei ze met een lach en begon terwijl ze praatte het bed glad te strijken.

‘Ik ben uw gastvrouw, of één van de gastvrouwen dan. Er zijn er natuurlijk meer. Die zult u allemaal nog gaan ontmoeten. Mijn naam is Rita.’

‘Jij bent Rita niet’ antwoorde Gerrit zuur en dacht Gastvrouw? Mijn Neus. Gevangenisbewaarder bedoel je zeker.

‘Ik ben hier om met alles te helpen’ terwijl Rita onverstoord doorging met dingetjes recht te zetten in de kamer. ‘Mijn collega’s en ik proberen hier alles op regel te houden en helpen u met van alles en nog wat. Om 5 uur vanmiddag stopt mijn dienst, dan neemt Janet het over.’

Ze vervolgde: ‘Uw naam is Gerrit Verbeek ja? Erg aangenaam kennis te maken. En ja, mijn naam is Rita.’

‘Jij bent Rita niet’, herhaalde Gerrit nukkig.

‘Hier zijn uw medicijnen, met wat water om het weg te spoelen’ vervolgde Rita en gaf de pillen en het glas. ‘Moet ik even helpen met wat makkelijkere kleren aan te trekken?’

‘Nou, dat zou niet gek zijn’ zei Gerrit, terwijl hij de pillen achterover werkte en het water erachter aan stuurde. Waarom hij nette kleren aan moest vandaag was hem sowieso vreemd. Hij ging toch niet naar de kerk.

‘Doe die kamerbroek maar’ zei Gerrit, wijzend naar de broek die Frank op een stoel had achtergelaten.

Terwijl de zuster voorover leunde om zijn broek uit te trekken, viel zijn blik op de enorme stapel hout bij haar voordeur. Nou, dacht Gerrit, zo zie je maar, ieder nadeel heb z’n voordeel.

Avondeten

Janet, de andere zuster, met rood haar en te klein voor haar omvang, haalde hem op om naar de eetzaal te brengen. ‘Het is etenstijd, Meneer Verbeek. Hebt u zin aan wat?’

In tegenstelling tot wat voor veel oudere mensen gebruikelijk is, had Gerrit zelfs op zijn 73ste, nog altijd een gezonde eetlust en nu, ….. nu had hij honger.

‘Nou, laat maar zien’ en stond van de stoel op. Dat ging niet al te gemakkelijk meer.

De geur van eten en een kakofonie aan geluiden kwam hun tegemoet, toen Janet hem de zaal inleidde. Zijn maag rommelde. Zijn schone onderbroek voelde goed aan zijn achterwerk. Hij was er klaar voor. Hij kon toch tenminste genieten van een goede maaltijd, nietwaar?

“Hallo, ik ben Japie!” zei iemand. Gerrits blik dwaalde door de zaal, niet onmiddellijk de herkomst van het stemgeluid te kunnen plaatsen. Hij week even opzij toen een vrouw met een grijze haardos hem bijna omver reed met haar rollator, onderwijl murmelend “Mijn poesje. Poes….poes. Waar is poesje?”

“Hallo, Ik ben Japie!”

Spruitjes, drong het tot Gerrit door toen hij de geur herkende. Godsamme spruitjes! Dat zal toch niet waar zijn. Als er iets was dat vrijwel meteen op zijn darmen werkte waren het wel spruitjes. Wel, op hoop van zegen. Hij had honger en misschien viel het wel mee, relativeerde hij.

Geholpen door Janet nam Gerrit plaats aan een tafel. Zijn blik ging in het rond. Allemaal grijze haardossen! Heen en weer wiegend als de vervuilde schuimkoppen van het water dat het strand raakt, met hier en daar en witte kop, terwijl ze de spruiten allemaal in hetzelfde ritme naar binnen werkten.

“Nou, lekker eten hè” zei Janet. “Ik kom u straks weer ophalen om u terug te brengen. En dat blijven we doen tot u zelf hier de weg een beetje weet”.

“Ik red me wel zuster”, zei Gerrit.

“Ik ben geen zuster, ik ben Janet, wij zijn gastvr……”.

Gerrit hoorde de rest al niet meer en concentreerde zich op het bord dat voor hem stond. Zijn arm protesteerde. Zijn benen deden zeer. Hij had hoofdpijn van de intense dag. Zijn arm, oh, daar was het alweer. Hij greep naar zijn allenboog met zijn andere hand en begon het te wrijven. Godsamme, dat voelt niet zo goed. Allemaal bulten.

“Hey, eerst even voorstellen, hè?”, zei iemand.

Gerrit keek om en zag een kaal hoofd met daarin oude ogen die naar hem opkeken. Een lach op het zwaar verweerd gezicht.

“Hallo, ik ben Japie!”

“Oh, hallo Japie”, zei Gerrit, zijn arm wrijvend en zich ergens ver weg afvroeg waarom zijn arm zo vreemd aanvoelde.

Hij keek weer naar zijn bord.

“Poeeeeess..poespoespoes”. De wegpiraat kwam weer langs.

“En wie ben jij?” De stoorzender liet zich niet zo makkelijk afschepen.

“Ik ben Gerrit.”

“Hallo Gerrit, ik ben Japie” alsof Gerrit dat ondertussen niet doorhad.

“Ok”, zei Japie, “nu is het goed. Ga maar door. Is wel lekker” met een brede glimlach zijn anderhalve tand ontblotend.

Gerrit keek vragend naar de persoon die zich Japie noemde en volgde diens blik naar zijn eigen ellenboog. Gerrits hand wreef die van Japie, die weer op zijn ellenboog lag. Gerrit trok gauw zijn hand terug. “Godsamme” zei Gerrit.

Enigszins geïrriteerd begon Gerrit met zijn vork het eten te verkennen. “Ik ga eten” en begon de zaak naar binnen te werken.

“Ik raak altijd aan de diarree van spruitjes” zei Japie die blijkbaar geen benul had van behoorlijke gespreksonderwerpen tijdens het eten.

Al dooretend, begon Gerrit toch langzaam het gevreesde effect van de spruitjes te voelen. Het zweet brak hem uit. Zijn maag begon zich om te draaien. Hij slikte en probeerde aan wat anders te denken.

Japie hielp niet. “Ik ben altijd blij als ik na het eten op tijd terug ben in mijn kamer. Dat spul werkt als een katalysator” zei hij.

Niet alleen bij jou Japie, niet alleen bij jou, denkt Gerrit die rood aan gelopen is en uit alle macht zijn billen samenperst.

Japie ging door: “Sproeipoep. Zo heet het. Zelfde effect als wat die bemestingsmachines deden vroeger. En geloof me, een paraplu helpt dan niet meer. Dat heb ik proefondervindelijk ondervonden toen ik met mijn broertje destijds naast de machine ging lopen. Goede tijden man. Goede tijden.”

“Japie!” schreeuwde Gerrit, terwijl zijn uitbarsting een ongewenst respons in zijn broek teweeg bracht en een beknepen geluid ontsnapte. En nog één, nu wat langer en wat luider. Hij probeerde het nog tegen te houden. Billen bij mekaar, jongen, dacht hij nog. Weer zo’n beknepen ontsnapping en hij voelde wat vocht tussen zijn bilnaad lopen. Ogen dichtgeknepen en met de tanden op elkaar sloeg hij met de vuist op tafel, stampte met zijn voet. Niet hier. Niet hier, dacht hij nog. Maar hij streed hij een verloren strijd.

Een rauwe, lange, en rijkelijk gevulde luchtbel werkte zich in één keer vrij en ontplofte met een luide explosie in zijn, net verschoonde onderbroek.  Als een standbeeld met samengeknepen ogen, lippen en billen onderging hij de totale vernedering en voelde hij het vocht langzaam langs zijn benen naar beneden lopen.

Een pandemonium van geschrokken oooh’s en aaah’s vulde de zaal als de senioren het geluid langzaam herkenden.

Velen keken gelijk naar beneden, geschrokken, als reflex, naar hun eigen –bedekte- uitlaatdelen en keken opgelucht weer op. Nee, het was Gerrit, die nieuwe. De viezerik!

“Schijt er weer één zijn broek vol tijdens het eten!” hoorde Gerrit nog vanaf een andere tafel komen, terwijl Janet hem naar zijn kamer terug leidde. Een spoor van ellende achter zich latend.

Volgende>

Copyright 2022. Ouden van Dagen.

, , ,

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.